De vanzelfsprekendheid van de vaardigheid

Eens je over een nieuwe vaardigheid beschikt, is die vaak meteen zo evident dat je ze niet meer in vraag stelt. Je kunt je amper nog inbeelden dat je de vaardigheid ooit niet beheerste. Dat is een bedenking die ik me steeds vaker maak.

Als taalleerkracht besteed ik een belangrijk deel van mijn lessen aan vaardigheden. De vanzelfsprekendheid waarmee we de verwerving van een nieuwe vaardigheid omarmen, heeft ook enkele gevolgen voor het onderwijs van vaardigheden. In deze blogpost probeer ik enkele van mijn ervaringen te beschrijven.

1. Complexiteit van vaardigheden

Net als elke taalleerkracht werk ik aan vijf vaardigheden: lezen, schrijven, luisteren, spreken en gesprekken voeren (deze laatste wordt al eens vergeten, maar is volgens sommigen misschien wel de belangrijkste uit het rijtje). Deze vaardigheden zijn van nature erg complex, maar ze zijn voor vaardige taalgebruikers zo evident dat ze één en ondeelbaar lijken.

Eerste paradox: Hoe sterker ik mezelf ontwikkel binnen mijn vakdomein, hoe moeilijker het lijkt te worden om het leerproces vanuit het perspectief van de leerling te zien. Dit is iets waarmee elke leerkracht wel eens geconfronteerd wordt, denk ik.

Via de hashtags #researchED en #rEDlang kwam ik in contact met het werk van Dr. Gianfranco Conti. Hij wees er in zijn presentatie op ResearchED in Londen (april 2017) op dat luistervaardigheid binnen het talenonderwijs vaak getoetst wordt, maar niet echt aangeleerd wordt. Ik moet Conti in zijn vaststelling helaas gelijk geven. Gelukkig vond ik in zijn blogposts ook erg veel voorbeelden van activiteiten die ik in de klas wel doe, maar nooit zou ondergebracht hebben onder oefeningen om luistervaardigheid te verbeteren. Een samenvatting van zijn presentatie vind je in deze blogpost. Luistervaardigheid is bovendien een inwendig proces, dat we enkel kunnen ‘meten’ via de andere vaardigheden: we laten leerlingen schriftelijk of mondeling verslag uitbrengen van wat ze gehoord hebben. Hoe leerlingen luisteren, en hoe ze de beluisterde informatie verwerken, blijft voor mij als leerkracht een mysterie.

#rEDlang tweet
#rEDlang tweet over presentatie G. Conti

Een zelfde gevoel ervaar ik steeds vaker wanneer ik nadenk over schrijfvaardigheid. Leerlingen krijgen weliswaar telkens nieuwe oefeningen en opdrachten waarbij ze aan de slag gaan met tips, checklists, voorbeelden, schrijfkaders en strategieën, maar het aanleren van de vaardigheid zelf blijft voor mij vaak een black box. Er zijn bovendien veel parameters die een rol kunnen spelen. Dit maakt het uitermate complex om vooruitgang te meten. Eerder dit jaar lanceerde Jeroen Clemens een initiatief onder de noemer ‘Schrijfonderwijs op de schop‘ met als doel beter schrijfonderwijs te ontwerpen. In de reacties op zijn initiatief merkte ik dat vele vakcollega’s zich dezelfde bedenkingen maakten als ik.

Een kritische blik op de drie andere vaardigheden levert gelijksoortige vragen en bedenkingen op: Hoe komt de vaardigheid werkelijk tot stand? Hoe kunnen we vooruitgang van leerlingen meten en opvolgen?

2. Leerprocessen zichtbaar maken

Wanneer leerlingen bepaalde (deel)vaardigheden verworven hebben, valt het me telkens op dat ze dat vanzelfsprekend vinden. Van een euforisch gevoel is er zelden sprake. Bovendien tonen leerlingen soms onbegrip wanneer een medeleerling een bepaalde vaardigheid nog niet verworven heeft. Het wordt als storend aanzien en wekt ergernis op. De vaardige leerling kan zich niet meer in het perspectief plaatsen van de minder vaardige leerling. Hij kan zich dus ook niet meer inbeelden dat hij zelf in een (al dan niet) ver verleden dezelfde moeilijkheden ondervond.

Om leerlingen bewuster te maken van hun leerprocessen, probeer ik voor de vaardigheden deze processen zichtbaar(der) te maken. Voor spreekvaardigheid probeer ik leerlingen opnames te laten maken van zichzelf (als referentiepunt), voor schrijfvaardigheid laat ik leerlingen werken in Google Docs, dat een gemakkelijk toegankelijke revisiegeschiedenis heeft. Gerichte feedback en feedforward hebben een zelfde doel: leerlingen bewuster laten omgaan met het leertraject dat ze afleggen.

Als vooruitgang moeilijk vast te stellen valt en verworven vaardigheden als evident worden aanzien, heeft dit mogelijk ook een impact op de doelmatigheidsbeleving van de taalleerkracht. Als taalleerkracht word ik immers wel eens gewezen op talige onvolkomenheden in het werk van mijn leerlingen, maar bij leerlingen die op talig vlak volgens het verwachtingspatroon functioneren, wordt er zelden luidop over taalvaardigheid nagedacht. Het is…  een evidentie geworden.

3. Hoge verwachtingen

Wanneer een leerling een vaardigheid verworven heeft, wordt de lat door de leerkracht en de omgeving meteen – en vooral stilzwijgend – hoger gelegd. En dat is goed, want hoge verwachtingen van leerkrachten hebben een positieve impact op leerprestaties. Ik pleit er echter voor om als leerkracht voldoende aandacht te besteden aan de mijlpalen – hoe klein ook – die leerlingen behalen.

Verwachtingen mogen echter niet onrealistisch hoog liggen of absurd worden. Wanneer ik lesmateriaal over presentatievaardigheden bekijk, word ik soms ongemakkelijk bij de hoge eisen die gesteld worden aan leerlingen. Wie beroepsmatig wel eens presentaties geeft of deelneemt aan congressen, weet dat er een zeer grote diversiteit is aan sprekers en dat dé perfecte spreker niet bestaat. Ook ervaren en begenadigde sprekers hebben wel eens mindere dagen, moeten al eens minder goed voorbereid of in ongunstige omstandigheden aan de bak. Leren we leerlingen daar ook mee omgaan?

Rubric
Bron: Wikimedia Commons

Wanneer we rubrics  maken om vaardigheden te beoordelen, proberen we vaak zo allesomvattend mogelijk te zijn. Alle criteria worden tot in de puntjes beschreven en waar mogelijk ook met een cijfer gewaardeerd. Dit leidt soms tot absurde situaties. Een mooi voorbeeld van een dergelijke absurditeit van rubrics wordt beschreven in deze column van Coen Peppelenbos op TZUM. Peppelenbos beschrijft er hoe hij zelf zou falen als hij beoordeeld zou worden op basis van een rubric die hij in een artikel in Levende Talen (een tijdschrift voor taalleerkrachten) gevonden had. De rubriceerschaal telde maar liefst 26 criteria en was bedoeld om peerfeedback te geven. Het evaluatie-instrument schoot volgens Peppelenbos zijn doel ver voorbij.

4. Verwachtingspatronen doorbreken

Ik heb zelf een haat-liefdeverhouding met rubrics: enerzijds vind ik het maken van een rubric een zinvolle oefening om heldere evaluatiecriteria te formuleren, anderzijds zorgen rubrics ervoor dat leerlingen al snel in een (door mij of anderen voorbedacht) hokje terechtkomen. Vaak past mijn feedback inhoudelijk toch niet helemaal in de voorziene hokjes. Ik werk daarom graag met een rubric die niet gebonden is aan cijfers in combinatie met woordelijke feedback in twee categorieën: Wat ging goed? Wat kan er beter?

In mijn lessen probeer ik ook voldoende aandacht te besteden aan het verwachtingspatroon binnen bepaalde communicatieve situaties. Aan welke regels moet je je houden wanneer je een formele e-mail schrijft? Leerlingen die deze basisregels onder de knie hebben, daag ik uit met de vraag: Welke van deze basisregels kun je – bewust – schenden om je communicatiedoel te bereiken? En hoe kun je dan het best dat verwachtingspatroon doorbreken? Die vragen stellen de vanzelfsprekendheid van vaardigheden in vraag en staan voor mij centraal bij de vorming van vaardige taalgebruikers.

In deze blogpost probeerde ik enkele van mijn ervaringen over het onderwijs van (taal)vaardigheden neer te pennen. Heb jij bedenkingen die je wil delen? Of heb je tips om leerlingen taalvaardiger te maken? Ik hoor ze graag!

Leren met ICT – Een site rond feedback geven in de nieuwe Google Sites

Een van mijn eerste blogposts ging over de kracht van feedback. Op dit moment bereid ik de lessenreeks voor die ik in deze blogpost beschrijf. Op basis van het materiaal van vorig jaar bouwde ik met de nieuwe (nuja) Google Sites een eenvoudige website rond het geven van feedback. Je vindt er tips en voorbeelden van feedback van leerlingen.

Feedback geven in de nieuwe Google Sites
‘Feedback geven’ gemaakt met de nieuwe Google Sites

De ‘nieuwe’ Google Sites

Dit is mijn derde site in de (nu al niet meer zo) nieuwe versie van Google Sites. Eerder maakte ik een website over het schrijven van een formele e-mail en eentje rond het gebruik van het-woorden. Sinds de lancering in november 2016 zijn er nog maar enkele opties toegevoegd. Blijkbaar zou de nieuwe versie tijdens de komende maanden verder aangevuld worden met de mogelijkheden van de oude Google Sites (die uiteindelijk zou verdwijnen).

Opties in de nieuwe Google Sites
Opties in de nieuwe Google Sites

Ik ben helemaal fan van de manier waarop je in deze nieuwe versie een site kunt bouwen. De lay-out is eenvoudig en zelfs een leek slaagt erin om binnen de vijf minuten een website online te krijgen. Het feit dat je in de nieuwe Google Sites in een handomdraai documenten uit je Drive integreert, lijkt me heel veel mogelijkheden te bieden voor het onderwijs. Een Google Site wordt zo al snel een elektronisch portfolio waarin leerlingen hun werk op een eigentijdse manier kunnen tonen.

De sites die je maakt, kun je eenvoudigweg terugvinden in je Google Drive (zie afbeelding onder). Voorlopig lukt het om technische redenen helaas nog niet om een site te kopiëren binnen Google Drive. Zodra dit mogelijk wordt, zou je bijvoorbeeld een sjabloonwebsite kunnen maken voor een portfolio en die met je leerlingen kunnen delen via Google Classroom. Zo kunnen ze allemaal met een zelfde type website starten aan hun portfolio.

Google Sites in Google Drive

Een site over feedback geven?

Je vraagt je misschien af waarom ik een site wou maken over feedback geven? Formatieve evaluatie staat of valt bij de kwaliteit van de feedback die gegeven wordt. Vaak is dit feedback van de leerkracht, maar soms is het erg waardevol om leerlingen aan elkaar feedback te laten geven. Het is  als leerkracht bovendien erg leerrijk om feedback te krijgen van je leerlingen.

Feedback geven is een vaardigheid die je kunt leren. Wanneer ik leerlingen in september vraag wat ze van een opdracht van een andere leerling vinden, krijg ik vaak vage en ietwat gemakzuchtige antwoorden:

‘Ik vond het goed, mevrouw.’

Tijdens het schooljaar probeer ik te bouwen aan een klimaat waarin leerlingen op een veilige manier feedback kunnen geven aan elkaar. Dit is niet in elke groep even eenvoudig, maar met enige inspanning lukt het toch om grote stappen te zetten.

Ik vind het zinvol om leerlingen voorbeelden te tonen van goede feedback. Op de website heb ik ook opmerkingen verzameld die ik vaak lees of hoor, maar die ik te vaag of te onpersoonlijk vind.

‘Wat kon er beter?’ (vraag leerkracht)

‘Taalfouten in presentatie’ (antwoord leerling – peerfeedback)

Een leerling kan enkel leren uit de feedback als de fouten benoemd worden en hij informatie krijgt over het effect op de toehoorder of de lezer:

‘Jammer genoeg stonden er in je presentatie enkele vermijdbare spelfouten (‘word’ i.p.v. ‘woord’, …). Ik denk dat dit slordig overkomt.’

Verder voegde ik nog het filmpje toe over Austin’s Butterfly (als je dit nog niet kent, het staat onderaan de hoofdpagina en geeft mooi de kracht van feedback weer) en een beperkt schrijfkader over het schrijven van een ik-boodschap om leerlingen te stimuleren om te variëren in zinsbouw, ook wanneer ze feedback geven aan elkaar.

Ik had de informatie ook kunnen aanbieden op papier, of via een Google Doc. Ik had de informatie initieel ook opgelijst in een Google Doc. Het voordeel van een site is dat die overal toegankelijk is, en vooral ook op alle devices bekeken kan worden. Dat vind ik nog een van de sterktes van de nieuwe Google Sites: de inhoud wordt mooi aangepast aan je device.

Google Sites op je telefoon
Google Sites op je telefoon

Heb jij de nieuwe Google Sites ook al geprobeerd? Ik hoor het graag!

Meer info?

Tip! DMaterial Iconse icons die ik op de bovenstaande sites gebruik, zijn te vinden op de website van Material Icons. Deze geweldige database met icoontjes is vrij te gebruiken. Love & kudos!

De eerste toets

Wie voor een klas staat, ontsnapt er niet aan: er moet getoetst worden. Een eerste test bij een nieuwe leerkracht is toch altijd even wennen.

Welke vragen worden er gesteld? Hoe moet je antwoorden? Wat moet ik juist kennen? 

Ook voor een leerkracht is een eerste toets verbeteren een aanpassingsmoment. Niet zelden stel ik na een toets vast dat ik leerstof toch op een andere manier zal moeten aanbrengen. Bij een eerste toets gebeurt dit volgens mij nog vaker dan anders. Je hebt immers nog weinig informatie over de beginsituatie van je leerlingen.

Welke leerlingen heb ik voor me? Welke voorkennis hebben zij? 

Reflectie na de eerste toets

Ik verplichtte mijn nieuwe leerlingen dit jaar om na de eerste test een kort formulier in te vullen. Nog voor zij de resultaten kenden, dus. Het leverde enkele verrassende resultaten op. Ik moet er natuurlijk op vertrouwen dat de leerlingen eerlijke feedback gaven, maar dat is altijd zo wanneer je leerlingen laat reflecteren. De vragenlijst is bovendien niet alleen een meetinstrument, maar ook een manier om (impliciet) aan te geven wat mijn verwachtingen zijn: voor een test van een taalvak studeer je bijvoorbeeld best schriftelijk.

reflectie toets
Formulier reflectie toets

Op basis van de eerste reacties en de nabespreking in de klas vermoed ik dat leerlingen niet helemaal begrepen wat ik bedoelde met de volgende vraag:

Ik vind dat ik me op basis van deze test heb kunnen bewijzen (op de te kennen leerstof).

Met deze vraag wou ik peilen of leerlingen vonden dat op basis van wat ze moesten kennen hebben kunnen tonen wat ze kunnen (en kennen). Ik wou dus weten of ze de toets voldoende valide en representatief vonden. Uit de antwoorden die ik kreeg, concludeer ik dat ik de vraag of de omschrijving van de vraag moet aanpassen. Wie een suggestie heeft, mag die altijd kenbaar maken.

cropped-logo-1.jpg

 

 

 

Meer info?

Evalueren begint in september

Aansluitend bij mijn vorige blogpost over punten deel ik graag het interview met Saskia Vandeputte en mezelf dat eerder deze week in het tijdschrift Klasse verscheen. In het septembernummer van Klasse staat het thema evalueren centraal. Het artikel (en in navolging ook het gehele nummer) kreeg dan ook de toepasselijke titel ‘Evalueren begint nu’.

Bron: Klasse Magazine 005, september 2016
Bron: Klasse Magazine 005, september 2016

Dankzij Klasse kreeg ik de kans om mijn praktijkervaring te toetsen aan de expertise die Saskia de voorbije jaren als procesbegeleider heeft opgebouwd. Het werd een bijzonder leerrijk gesprek, dat hopelijk nog een vervolg krijgt in de toekomst. Uitgepraat waren we alvast niet!

cropped-logo-1.jpg

 

Cijfers, cijfers, cijfers…

Heel wat van onze onderwijstijd draait om cijfers. Taken, toetsen, rapporten, deliberaties: de cijferlijst is moeilijk weg te denken uit de leefwereld van de leerkracht. En wanneer onze eigen kinderen thuiskomen met een toets, vragen we vaak eerst naar het cijfer (ik beken…). Bovendien herkent elke docent waarschijnlijk wel de typische, bijna pavloviaanse reactie op het uitdelen van een nieuwe taak of opdracht:

Staat dat op punten, mevrouw?

Ik weet niet hoe vaak ik de bovenstaande vraag de voorbije twee jaar al heb gehoord. Mijn reactie op deze woorden is even onvoorspelbaar als het weer. Hoe kun je als leerkracht werken rond attitudes voor levenslang leren als de primaire drijfveer van je doelpubliek niet meer dan een cijfer is? Hoe kun je een leerling vooruit helpen die er zelf eigenlijk alleen op uit is om in juni uit het rood te blijven? Met mijn onvoorspelbare reacties wil ik vooral gesprekken uitlokken die de bewustwording van het leerproces stimuleren. Het ballonnetje doorprikken, zeg maar.

Ik kan het mijn leerlingen natuurlijk moeilijk kwalijk nemen dat ze als het ware geprogrammeerd zijn geraakt door ons onderwijssysteem. Dat ze pas in actie lijken te schieten wanneer er een cijfer gegeven wordt. Anderzijds voel ik bij het horen van die woorden telkens de onweerstaanbare drang om mijn puntenboek uit het raam te gooien. Wat betekenen die punten immers en – misschien nog wel belangrijker – welk effect hebben ze op het leerproces?

Een school zonder cijfers

Er zijn ook leerkrachten die het gewoon doen. Onderwijzen zonder cijfers. Op Facebook groeit het aantal leden in de groepen Actief leren zonder cijfers en Teachers throwing out grades gestaag. Docent Nederlands Arnoud Kuijpers startte in Nederland het project Expeditie Nederlands waarin hij er bewust voor kiest om niet te werken met een methode of met cijfers.

Ik lees. Ik volg. Ik absorbeer. Ik droom ervan om zelf ooit de moed te hebben om een eigen Expeditie uit de grond te stampen. Maar voorlopig blijf ik binnen de veilige grenzen van het bestaande systeem. En blijf ik werken met een klassiek puntenboek dus, ook al investeer ik erg veel tijd aan het geven van feedback en beperk ik bewust het aantal ‘klassieke’ toetsen en evaluaties waaraan ik een cijfer koppel. Dat betekent ook dat ik vrijwel constant op zoek ben naar andere vormen van evalueren: hierover snel meer!

cropped-logo-1.jpg

 

 

 

Meer info?

Samenwerken met Trello

Tijdens het schooljaar 2014-2015 richtten vakcollega Tamara van het KA Merksem en ik een samenwerkinsgplatform op voor leerkrachten Engels en Nederlands. Wat initieel bedoeld was als een klein initiatief om onderling materialen uit te wisselen en samen verder uit te werken, groeide al snel uit tot een groot netwerk delende leerkrachten. Een kort relaas…

Een nieuwe, vermoeiende start

Ik kwam twee jaar geleden vol goede intenties terecht in het middelbaar onderwijs na een vrij abrupte overstap uit het hoger onderwijs. Abrupt staat hier echter niet gelijk aan ondoordacht, ik had immers lang nagedacht over deze beslissing. Omdat ik wist dat het moeilijk zou worden om als starter een vaste job te vinden, had ik me ingesteld op enkele korte interims. Het leek me een goede manier om verschillende scholen te leren kennen en zo ervaring op te doen. Op die manier kon ik ook de academische SLO rustig verder afwerken. De rest zou wel volgen.

Eind augustus 2014 kreeg ik plots de kans om een heel schooljaar lang via een liobaan 15 uur per week te les te geven in mijn huidige school, een kans die ik absoluut niet wou laten liggen, maar behoorlijk wat zwaarder was dan wat ik eerst voor ogen had. Gevolg: de eerste maanden waren loodzwaar en ronduit hectisch.

Dankzij de hulp van vele collega’s binnen en buiten de school kon ik deze abrupte overstap ook praktisch geregeld krijgen. Met Tamara van het KA Merksem klikte het al snel. Zij had werkelijk op al mijn vragen een antwoord, had over elk lesonderwerp materiaal liggen en was altijd bereid om het te delen, ook al kon ik haar in het begin niets in ruil bieden buiten een kritische blik op het gedeelde materiaal. Na de eerste drukke periode kwamen we regelmatig op het idee om samen materiaal uit te werken. Omdat we vonden dat een Facebookgroep niet ideaal was om documenten te delen en KlasCement te statisch was voor wat we wilden doen, gingen we op zoek naar een alternatief. Dat vonden we uiteindelijk in Trello.

Trello voor leerkrachten

samenwerken met Trello
Trello Nederlands

Zo werd ons samenwerkingsplatform geboren. Het voorbije schooljaar meldden meer dan 500 leerkrachten en leerkrachten in opleiding zich aan om mee materialen te delen en uit te werken. We schreven er een kort artikel over in Fons, het nieuwe tijdschrift voor leraren Nederlands. Er ontstonden al snel Trellogroepen voor andere vakdidactieken. Dankzij Trello kreeg ik toegang tot lesmaterialen en feedback van collega’s uit het hele land. Ik leerde dankzij Trello heel wat interessante vakcollega’s kennen.

Hopelijk helpen we met dit initiatief ook startende leerkrachten om de uitputtingsslag van de eerste maanden of jaren beter te doorstaan.

cropped-logo-1.jpg

Meer info over…

 

Delen om te leren

Onderaan mijn vorige post rond presentatievaardigheden en feedback deelde ik de lesmaterialen die ik voor deze lessen gebruikt had. Ik vind het delen van lesmateriaal bijzonder leerrijk, omdat het vaak leidt tot reacties en tips van collega’s.

Mag ik het ook gebruiken?

Zo was ik heel blij met de volgende reactie die ik van collega Katrien van het KCST in Sint-Truiden kreeg via Facebook:

Goed gedaan! Net voor het puntje inleiding, zou je nog kunnen toevoegen: beheers ik het onderwerp, zou ik mogelijke bijvragen kunnen beantwoorden. Verder zou ik misschien aan tempo/articulatie nog intonatie toevoegen. Bij taalgebruik afstemmen aan doelpubliek, zou je nog kunnen toevoegen: heb ik het niet te veel uit het hoofd gestudeerd?

Ze bezorgde me niet alleen inhoudelijke feedback, maar ook concrete en duidelijke tips om de checklist te vervolledigen. Tot slot stelde ze ook nog een vraag:

Zou ik het materiaal ook mogen gebruiken?

Natuurlijk mag dat! Het leek me zelfs een overbodige vraag. Ik vroeg Katrien meteen ook of ze het zag zitten om het materiaal na herwerking opnieuw te delen. Ik was immers erg geïnteresseerd in hoe ze de documenten zou gebruiken en wat ze juist zou veranderen. Daar zou ik weer wat van kunnen leren. Ze vond het prima.

Delen = tweerichtingsverkeer

Nog geen twee dagen later zat er een herwerking in mijn mailbox. En zo werd delen meteen ook krijgen. En leren. Op basis van de tips die ik ondertussen van Katrien en andere collega’s kreeg, zal ik het document nu zelf nog eens herwerken en opnieuw uittesten in de klas. De herwerking van Katrien voegde ik toe aan de originele blogpost.

Creative Commons

Lesmateriaal wordt meestal gedeeld onder een Creative Commons-licentie. Als je niet weet wat dat is, loont het de moeite om jezelf hier even in te verdiepen. 

Ook materialen op Klascement worden bijvoorbeeld gedeeld met een CC-licentieIk gebruik zelf meestal de licentie CC BY-NC-SA. Dat is een licentie waarmee je anderen toestemming verleent om je werk te gebruiken en herwerken, op voorwaarde dat je de naam van de maker vermeldt (BY) en het werk niet gebruikt voor commerciële doeleinden (NC). Als je het materiaal hebt herwerkt en opnieuw deelt met anderen, wordt er van je verwacht dat je het materiaal deelt onder dezelfde licentie als het origineel (SA). 

creative commons
Bron: http://creativecommons.nl/uitleg/

Net als vele leerkrachten bekijk ik zelf ook regelmatig materialen die door andere leerkrachten gedeeld worden. Meestal ben ik geïnteresseerd in de inhoud, maar soms ook gewoon in de lay-out, of in de werkvorm die gebruikt wordt. Zelden zal ik dan ook iets wat ik van iemand gekregen heb zonder enige bewerking gebruiken in de klas. Ik kies er meestal voor om de materialen te herwerken, of verder uit te breiden. Dat heeft vooral te maken met het feit dat de context een erg grote rol speelt: wat de ene leerkracht opmaakt voor klas X, werkt zelden exact hetzelfde bij een andere leerkracht in klas Y.  Het is meteen ook de belangrijkste reden waarom ik sceptisch sta tegenover werken met een methode (wat ik overigens wel doe, maar dit is voer voor een nieuwe blogpost).

Ik slaag er zelf niet altijd in om de materialen die ik van andere collega’s heb gekregen ook weer opnieuw te delen nadat ik ze herwerkt heb. Toch probeer ik het wel te doen, omdat ik zelf ervaar dat het een win-winsituatie oplevert: de originele auteur krijgt erkenning en feedback, de hele ‘onderwijscommunity’ wint erbij en in het beste geval natuurlijk … de leerlingen ook!

Dubbele oproep

Daarom voeg ik hier tot slot ook nog een oproep toe: wanneer je materiaal herwerkt dat door andere leerkrachten gedeeld werd, neem dan de moeite om het aangepaste materiaal opnieuw te delen. Het is een kleine moeite en je maakt er ongetwijfeld anderen mee blij.

Een tweede oproep is gericht aan KlasCement, de absolute pionier van de deelcultuur in het Vlaamse onderwijs. Op dit moment is delen via KlasCement helaas in de praktijk beperkt tot eenrichtingsverkeer. Hierdoor is de meerwaarde voor de delende leerkracht eerder klein. Het is weliswaar mogelijk om reacties te plaatsen bij lesmaterialen, maar die reacties blijven vaak beperkt tot een kort dankwoord (Bedankt! Dit ga ik zeker gebruiken!) of een schreeuw van enthousiasme en opluchting (Fantastisch! Dit heeft me uren werk bespaard!). Delen wordt zo bijna herleid tot een daad van altruïsme. Wanneer de feedback er meer op gericht zou zijn om de materialen zelf te verbeteren en gebruikers uitgenodigd worden om een herwerking bij het origineel toe te voegen, groeit het materiaal als het ware vanuit een netwerk van delende leerkrachten. De leerkracht die deelt zal hierdoor ook sneller de meerwaarde van het delen zelf ervaren.

Zo wordt een delend netwerk meteen ook een lerend netwerk.

Karen

Meer weten over…. ?

Creative Commons
KlasCement
Creative Commons op KlasCement

 

De onuitputtelijke kracht van constructieve feedback

Om uit te leggen waarom ik zo geloof in de kracht van feedback, neem ik jullie mee terug naar een van de fijnste onderwijsmomenten die ik vorig schooljaar heb beleefd.

Ik gaf voor het tweede jaar op rij les in het zesde jaar. De leerlingen uit de richting Humane Wetenschappen presenteren in het laatste jaar traditiegetrouw een onderzoekspaper voor een jury. Uit de ervaring van het schooljaar voordien leerde ik dat de leerlingen in de periode voor de presentatie erg geprikkeld waren en alle inspanningen wilden richten op het afwerken van hun paper en de bijhorende presentatie. Een test afnemen of taak opgeven in deze periode was not done. De hele situatie zorgde voor een gespannen sfeer in een anders o zo aangename klas.

Ik besloot het dit jaar over een andere boeg te gooien en de hele week voor de presentatie in het vak Nederlands te werken rond presentatievaardigheden, een onderwerp dat perfect aansluit bij de te behalen leerplandoelstellingen voor het vak. De lessen Engels verplaatste ik naar de week die volgde en verving ik door extra lessen Nederlands, waardoor we echt de tijd konden nemen om ons volledig toe te leggen op de voorbereiding van de presentaties.

We bekeken voorbeelden van getalenteerde en minder begenadigde sprekers, maakten checklists, we bespraken elkaars sterktes, valkuilen en werkpunten, en besteedden de rest van de tijd aan leren van elkaar. Leerlingen die dit wensten, mochten immers een generale repetitie houden. Na die presentaties legde ik telkens weer opnieuw dezelfde eenvoudige vragen voor aan de groep:

Wat ging er goed?

Wat kan er beter?

Les na les zag ik de leerlingen groeien. Niet alleen groeide het vertrouwen om voor de groep te spreken, ik merkte ook heel sterk dat de feedback van de leerlingen steeds concreter en constructiever werd. De leerlingen creëerden een sfeer waarin iedereen op zijn of haar eigen tempo kon groeien. Zowel de leerlingen als ikzelf hebben veel geleerd en erg genoten van deze lessen, het contrast met wat ik een jaar eerder had ervaren kon niet groter zijn.

Omdat ik terloops ook wou toetsen wat de leerlingen hadden geleerd, vroeg ik tijdens een van de lessen of de leerlingen mij feedback konden geven over mijn presentatievaardigheden. Ik voelde even een moment van vertwijfeling, en zag toen een hand in de lucht gaan. De leerling glimlachte fijntjes en zei toen:

Mevrouw, we beginnen dan best bij wat goed gaat, neem ik aan?

feedback

Bijhorend lesmateriaal:

Kopie delen van een Google Doc

Twee jaar geleden werd op Facebook de groep Lesideeën secundair onderwijs opgericht. Ondertussen delen meer dan 7000 leerkrachten uit Vlaanderen en Nederland dagelijks ideeën en tips in deze groep.

Vandaag las ik het bericht van collega Tamara Stojakovic, die leerlingen graag actiever wil laten reflecteren over leerprocessen en daarvoor gebruik wil maken van Google Forms. Fantastisch idee, dat bovendien volledig aansluit bij mijn visie op formatieve evaluatie.

Ze deelde in de groep de Google Form die ze zelf opgemaakt had. Om zelf als leerkracht meteen met dit idee aan de slag te gaan, is het echter handig om een kopie van dat document te kunnen maken.

Er is een erg gemakkelijke manier om een document dat opgemaakt is met Google Apps (#gafe, i.e. Docs, Sheets, Forms, Slides en Drawings) zo te delen dat de gebruiker er automatisch een kopie van maakt. Dit doe je eenvoudigweg door ‘edit‘ achteraan in de adresbalk te veranderen in ‘copy‘.

Automatisch een kopie delen van een Google Doc
Automatisch een kopie delen van een Google Doc (karenvdc)

Wanneer iemand deze link gebruikt, zal hij onmiddellijk de vraag krijgen om een kopie te maken van het gedeelde document. Je document moet wel toegankelijk zijn voor ‘iedereen met de link‘ om het te kunnen delen. Dit lukt dus ook met Sheets, Slides, Forms en Drawings. Handig, toch?

cropped-logo-1.jpg