Delen werkt – het zoveelste bewijs…

Delen werkt, zelfs tijdens de vakantie! Ik deelde eerder deze week in de Facebookgroep Lesideeën secundair onderwijs een herwerkte versie van mijn site Een fomele e-mail schrijven. Ik wou al langer een Engelse versie toevoegen zodat ik de site ook tijdens de lessen Engels kon gebruiken.

Formele mail
Een formele e-mail schrijven – update juli 2017

Extra afspraken

Tijdens de afrondende graadvergadering in juni kwam het sturen van berichten in Smartschool ook ter sprake. Het leek me daarom een goed idee om op basis van de gevoerde discussie nog enkele extra afspraken toe te voegen aan de instructies.

extra afspraken formele mail
Extra afspraken

En français

Zoals gewoonlijk vroeg ik na de aanpassing op Facebook om suggesties of opmerkingen. Omdat ik de instructies ook graag in het Frans, Duits en Spaans zou willen toevoegen, vroeg ik ook of iemand mee wou helpen. Al snel volgde reactie. Dankzij Cathy Debast (GO! Atheneum Anderlecht) staat er nu ook een Franse versie online.

Delen = tweerichtingsverkeer

Het sterkt mijn idee dat het delen van materiaal een win-winsituatie is voor alle partijen. Hierover schreef ik eerder al een blogpost. Hopelijk kan ik binnenkort ook nog een Duitse of Spaanse versie toevoegen aan de website. In een volgende fase zou ik graag ook nog goede voorbeelden toevoegen die als schrijfkader kunnen dienen voor de leerlingen. Maar nu is het nog even… vakantie!

feedback

Meer info?

Leren met ICT – Een site rond feedback geven in de nieuwe Google Sites

Een van mijn eerste blogposts ging over de kracht van feedback. Op dit moment bereid ik de lessenreeks voor die ik in deze blogpost beschrijf. Op basis van het materiaal van vorig jaar bouwde ik met de nieuwe (nuja) Google Sites een eenvoudige website rond het geven van feedback. Je vindt er tips en voorbeelden van feedback van leerlingen.

Feedback geven in de nieuwe Google Sites
‘Feedback geven’ gemaakt met de nieuwe Google Sites

De ‘nieuwe’ Google Sites

Dit is mijn derde site in de (nu al niet meer zo) nieuwe versie van Google Sites. Eerder maakte ik een website over het schrijven van een formele e-mail en eentje rond het gebruik van het-woorden. Sinds de lancering in november 2016 zijn er nog maar enkele opties toegevoegd. Blijkbaar zou de nieuwe versie tijdens de komende maanden verder aangevuld worden met de mogelijkheden van de oude Google Sites (die uiteindelijk zou verdwijnen).

Opties in de nieuwe Google Sites
Opties in de nieuwe Google Sites

Ik ben helemaal fan van de manier waarop je in deze nieuwe versie een site kunt bouwen. De lay-out is eenvoudig en zelfs een leek slaagt erin om binnen de vijf minuten een website online te krijgen. Het feit dat je in de nieuwe Google Sites in een handomdraai documenten uit je Drive integreert, lijkt me heel veel mogelijkheden te bieden voor het onderwijs. Een Google Site wordt zo al snel een elektronisch portfolio waarin leerlingen hun werk op een eigentijdse manier kunnen tonen.

De sites die je maakt, kun je eenvoudigweg terugvinden in je Google Drive (zie afbeelding onder). Voorlopig lukt het om technische redenen helaas nog niet om een site te kopiëren binnen Google Drive. Zodra dit mogelijk wordt, zou je bijvoorbeeld een sjabloonwebsite kunnen maken voor een portfolio en die met je leerlingen kunnen delen via Google Classroom. Zo kunnen ze allemaal met een zelfde type website starten aan hun portfolio.

Google Sites in Google Drive

Een site over feedback geven?

Je vraagt je misschien af waarom ik een site wou maken over feedback geven? Formatieve evaluatie staat of valt bij de kwaliteit van de feedback die gegeven wordt. Vaak is dit feedback van de leerkracht, maar soms is het erg waardevol om leerlingen aan elkaar feedback te laten geven. Het is  als leerkracht bovendien erg leerrijk om feedback te krijgen van je leerlingen.

Feedback geven is een vaardigheid die je kunt leren. Wanneer ik leerlingen in september vraag wat ze van een opdracht van een andere leerling vinden, krijg ik vaak vage en ietwat gemakzuchtige antwoorden:

‘Ik vond het goed, mevrouw.’

Tijdens het schooljaar probeer ik te bouwen aan een klimaat waarin leerlingen op een veilige manier feedback kunnen geven aan elkaar. Dit is niet in elke groep even eenvoudig, maar met enige inspanning lukt het toch om grote stappen te zetten.

Ik vind het zinvol om leerlingen voorbeelden te tonen van goede feedback. Op de website heb ik ook opmerkingen verzameld die ik vaak lees of hoor, maar die ik te vaag of te onpersoonlijk vind.

‘Wat kon er beter?’ (vraag leerkracht)

‘Taalfouten in presentatie’ (antwoord leerling – peerfeedback)

Een leerling kan enkel leren uit de feedback als de fouten benoemd worden en hij informatie krijgt over het effect op de toehoorder of de lezer:

‘Jammer genoeg stonden er in je presentatie enkele vermijdbare spelfouten (‘word’ i.p.v. ‘woord’, …). Ik denk dat dit slordig overkomt.’

Verder voegde ik nog het filmpje toe over Austin’s Butterfly (als je dit nog niet kent, het staat onderaan de hoofdpagina en geeft mooi de kracht van feedback weer) en een beperkt schrijfkader over het schrijven van een ik-boodschap om leerlingen te stimuleren om te variëren in zinsbouw, ook wanneer ze feedback geven aan elkaar.

Ik had de informatie ook kunnen aanbieden op papier, of via een Google Doc. Ik had de informatie initieel ook opgelijst in een Google Doc. Het voordeel van een site is dat die overal toegankelijk is, en vooral ook op alle devices bekeken kan worden. Dat vind ik nog een van de sterktes van de nieuwe Google Sites: de inhoud wordt mooi aangepast aan je device.

Google Sites op je telefoon
Google Sites op je telefoon

Heb jij de nieuwe Google Sites ook al geprobeerd? Ik hoor het graag!

Meer info?

Tip! DMaterial Iconse icons die ik op de bovenstaande sites gebruik, zijn te vinden op de website van Material Icons. Deze geweldige database met icoontjes is vrij te gebruiken. Love & kudos!

Leren met ICT – Werken in de cloud met Chrome-extensies

Sinds ik met een Chromebook werk, ben ik volledig overgestapt op werken in de cloud. Wie niet weet wat het verschil is tussen een Chromebook en een gewone laptop: op een Chromebook wordt alles in de cloud opgeslagen. Je hebt ook geen extra software meer op de computer staan: alle programma’s die ik gebruik zijn webbased.

Aanvankelijk dacht ik nog dat ik mijn laptop of desktop nog wel zou nodig hebben omdat je op een Chromebook dus geen eigen software kunt installeren, maar al snel begreep ik dat er voor zowat elk programma dat ik gebruikte een extensie of app bestaat die bruikbaar is op een Chromebook.

Volledig mobiel

Het grote voordeel van deze werkwijze is dat je volledige werkomgeving mobiel wordt. Alle extensies en bladwijzers zijn immers overal beschikbaar, zodra je ingelogd bent.

Extensies zijn kleine stukjes software die je inplugt in je webbrowser. Zodra je inlogt in je webbrowser, kun je deze extensies gebruiken. Dit geldt niet alleen voor extensies, maar ook voor bladwijzers. Mijn bladwijzerbalk in Chrome is daarom goed gevuld:

Bladwijzerbalk in Chrome

In deze blogpost zal ik twee extensies voorstellen die ik dagelijks gebruik: Dualless, een extensie waarmee je je scherm kunt opsplitsen en Google Docs Quick Create, een extensie waarmee je snel een nieuw document (presentatie, spreadsheet, tekening of een form) kunt openen in je Google Drive.

Geïnstalleerde extensies vind je rechts naast de adresbalk. Onderaan deze blogpost vind je een verwijzing naar een YouTube-filmpje over het installeren en verwijderen van extensies.

cloud extensies
Extensies in Google Chrome

1. Scherm opsplitsen met Dualless

Als leerkracht ben ik vaak in verschillende schermen tegelijkertijd bezig. Ik verbeter in één scherm, en heb mijn puntenboek openstaan in een ander scherm. Of ik bekijk een filmpje in YouTube en maak daarbij notities in een ander document. Het is daarom handig als ik mijn venster kan opsplitsen in twee deelvensters. Dit kan erg snel met de extensie Dualless. Wanneer je rechtsboven op de extensie klikt, krijg je enkele mogelijke schermopdelingen aangeboden:

Dualless
Beeldverhouding kiezen in Dualless

In een 5:5-verhouding krijg je dan het volgende beeld:

cloud dualless
Scherm delen in 5:5-verhouding met Dualless

Zo wordt werken in een puntenboek eenvoudig. Mijn leerlingen gebruiken het ontdubbelde scherm ook wanneer ze een transcript maken van een filmpje in het Engels, of wanneer ze een woordenschatlijst aanmaken bij een ongeziene tekst.

2. Snel een nieuw document openen met Google Docs Quick Create

Wanneer ik een nieuw document wilde openen, ging ik tot voor kort telkens naar Google Drive, klikte dan op nieuw en selecteerde het type document dat ik wilde openen. Dankzij de extensie Google Docs Quick Create kan dit nu letterlijk met twee muisklikken:

Nieuw document openen met Google Docs Quick Create

Andere extensies

Ik gebruik minstens 20 extensies op frequente basis: een woordenboek, een schermopnametool, een extensie om notities te bewaren in Google Keep, text-to-speechsoftware. Als je chrome://extensions/ ingeeft in je adresbalk, kun je zien welke extensies er geïnstalleerd zijn in jouw browser. Extensies die je nooit gebruikt, verwijder je best. Ook dit kan via het overzicht dat je krijgt op deze pagina.

Je kunt natuurlijk ook op zoek gaan naar nieuwe extensies in de Google Chrome Web Store. Welke extensies gebruik jij?

Meer weten?

Leren met ICT – Global collaboration met Google Hangout en Padlet

Gisteren presenteerde ik op een inspirerende editie van EcampBE het samenwerkingsproject met een Amerikaanse klas waarin ik momenteel betrokken ben: ‘Groenendaalcollege going global’. Het idee voor een internationale samenwerking leefde al langer: als taalleerkracht krijgen we immers de opdracht om de leerlingen  zo veel mogelijk in authentieke contexten te laten communiceren. Ik wou dus zelf heel erg graag een (virtuele) internationale samenwerking op poten zetten.

Zoektocht naar een internationale partner

Het enige struikelblok in deze internationale expeditie is natuurlijk het vinden van een partnerschool. Ik had me al een hele tijd aangemeld op het eTwinningnetwerk, een online samenwerkingsnetwerk voor scholen in Europa. Toch slaagde ik er voorlopig niet in om via eTwinning een partnerschool te vinden. Op de vorige editie van EdcampBE enthousiasmeerde collega Marie-Leet Bens mij om opnieuw op zoek te gaan naar een internationale partner via eTwinning. Haar verhaal had me overtuigd dat de zoektocht minder arbeidsintensief was dan ik dacht.

50 things you can do with Google Classroom

Tegelijkertijd besloot ik om ook een andere piste te verkennen. Als fervent gebruiker van Google Classroom had ik me deze zomer verdiept in de boeken van Alice Keeler en Libbi Miller, die samen 100 tips bevatten om met Google Classroom aan de slag te gaan. De sterkte van beide werken is dat ze erg uitgaan van de pedagogisch-didactische doelen, en niet alleen vanuit de technologie. Via het tweede boek ‘50 Things to Go Further with Google Classroom: A Student-Centered Approach‘ vernam ik over het bestaan van ‘Mystery hangouts’, waarin klassen van over de hele wereld met elkaar in contact gebracht werden.

50things
50 Things to Go Further with Google Classroom: A Student Centered Approach

Mystery Hangout

Het idee van een ‘mystery hangout’ is eenvoudig: leerkrachten uit verschillende landen brengen hun klassen met elkaar in contact en laten de leerlingen vragen aan elkaar stellen om te raden waar de andere klas zich ergens ter wereld bevindt. Deze spelvorm kan (voor zover er geen taalbarrières zijn, natuurlijk) al toegepast worden op erg jonge leeftijd. Op Google+ zijn er verschillende communities waarin leerkrachten zoekertjes kunnen plaatsen.

Gevonden!

Al snel vond ik in één van deze communities een bericht van Bethany Petty dat perfect aansloot bij de doelstellingen die ik met mijn leerlingen wilde bereiken. Bethany werkt in een school in Missouri (VS), ze geeft er de vakken American History en Western Civilizations. Net als ik schrijft ze een blog en is ze erg begaan met de integratie van technologie in het klaslokaal. Ook voor haar sluit onze samenwerking goed aan bij de doelstellingen die ze in haar vakken wil bereiken.

 

BethanyP
Het bericht van Bethany op Google+

 

Na enig overleg via mail en Google Hangout stelden we een eenvoudig lesplan op. In eerste instantie zouden beide klassen zichzelf voorstellen via een Padlet-prikbord. We maakten ook vragenlijsten en stelden een Spotifylijst op met Belgische muziek.

We spraken daarna een moment af waarop we de Padlets zouden uitwisselen. Via de commentaarfunctie in Padlet konden leerlingen daarna reageren op elkaars vragen. Vele leerlingen voegden ook hun contactgegevens toe en begonnen al snel met elkaar te communiceren via kanalen zoals Snapchat en Instagram.

Het was bijzonder fijn om het engagement van de leerlingen te zien. Mijn leerlingen maakten pareltjes van vlogs over België, hun leven op school en thuis. Op die manier bereikte ik zowel doelstellingen voor spreekvaardigheid (ze maakten zelf vlogs en filmpjes), schrijfvaardigheid (leerlingen stelden elkaar schriftelijk vragen en reageerden op vragen via de commentaarfunctie in Padlet) en leesvaardigheid (ze lazen de bijdragen van de Amerikaanse leerlingen op Padlet). Dat deze opdracht ook een grote meerwaarde biedt op cultureel vlak, hoeft vermoedelijk geen betoog.

De eerste klassikale hangout: spannend…

De derde stap in onze samenwerking is een klassikale hangout. Die staat morgen op het programma. We hebben ook hier het lesverloop vooraf besproken, maar omdat de samenwerking volledig live zal gebeuren, blijft het toch erg spannend. Het is de eerste keer dat ik me waag aan een klassikale hangout in de les, dus ik hoop vooral dat alles technisch goed zal verlopen. Hoe alles verlopen is, vertel ik jullie in een volgende blogpost!

Enkele tips!

Ik heb uit deze ervaring veel geleerd. De volgende tips kan ik alvast met je delen.

  • Maak goede afspraken met de leerkracht van de andere klas. Organiseer vooraf een hangout om de praktische afspraken te maken en zelf ook kennis te maken.
  • Communiceer ook voldoende over verwachtingen en doelen met de leerlingen: ik had mijn leerlingen de opdracht gegeven om filmpjes te maken (omdat ik op deze manier aan spreekvaardigheid werkte), Bethany had gewoon gevraagd aan de leerlingen om zichzelf voor te stellen met een foto. Dit zorgde in eerste instantie voor enige teleurstelling bij mijn leerlingen, die ook hadden gehoopt op filmpjes van hun Amerikaanse buddies… Bij een volgende editie zou ik hier alleszins meer rekening mee houden.
  • Als je met Padlet werkt, zorg er dan voor dat de commentaarfunctie is ingesteld zodat leerlingen kunnen reageren op elkaars berichten. Laat leerlingen ook inloggen op Padlet, zo verschijnt hun naam bij de berichten en kunnen ze berichten nadien nog bewerken.
  • Begin klein: als taalleerkracht kun je op een eenvoudige manier verschillende doelstellingen bereiken via een (online) internationale samenwerking.
  • Hou rekening met mogelijke tijdverschillen. Het tijdverschil tussen Missouri en Antwerpen bedraagt 7u, dat maakt een goede planning noodzakelijk (en niet altijd evident).
  • Een échte mystery hangout waarbij leerlingen elkaars locatie moeten raden, is vermoedelijk een korte en goede werkvorm voor jongere leerlingen.

Ben je zelf ook overtuigd om met je klas global te gaan? Deel dan zeker je ervaringen!

Meer weten?

Te laat ingediend

In mijn zoektocht naar een transparante en valide evaluatiepraktijk, nam ik dit jaar een drastische beslissing: ik bestraf het laattijdig indienen van taken niet meer met cijfers. Niet dat dit een gewoonte van mij was – integendeel – maar het gebruik lijkt in het onderwijs zo vastgeroest dat leerlingen er soms op speculeren of zelfs om vragen. Ik zie en hoor ze immers wel eens denken:

Liever wat later indienen en een lager cijfer, dan mijn taak nu indienen.

De confrontatie met dit soort reacties deed me harder nadenken over de betekenis van een gegeven cijfer en onze huidige cijfercultuur (zie mijn eerdere blogpost over cijfers). Dat geldt in het bijzonder voor de situatie in juni, wanneer ik op basis van (een hele reeks) cijfers een beeld moet kunnen vormen van een leerling, en het niet altijd nog evident is om die cijfers allemaal te koppelen aan concrete resultaten en behaalde doelstellingen. Wanneer een leerling een onvoldoende behaalde omdat hij de taak te laat heeft ingediend, scoorde hij dan een onvoldoende op de beoogde vakdoelstellingen, of op attitude?

Grading Smarter, Not Harder

Op basis van een (absoluut lezenswaardig!) hoofdstuk uit het boek Grading smarter, not harder besloot ik om dit schooljaar om geen cijfers meer in mindering te brengen voor werk dat te laat wordt ingediend. Bovendien koos ik ervoor om een digitaal formulier te maken voor leerlingen die werk te laat indienen. In het formulier geeft de leerling aan waarom hij te laat is en wanneer hij de taak zal inleveren. Tot slot kan hij een extra hulpvraag stellen: mogelijk heeft hij de opdracht niet helemaal begrepen, of heeft hij externe hulp nodig.

Wie te laat is en het formulier niet heeft ingevuld, maakt de opdracht de dag zelf nog tijdens een opgelegd extra lesuur. Op deze manier wil ik vermijden dat er zich een sneeuwbaleffect voordoet en leerlingen verdrinken in uitgesteld werk.

Via het formulier wilde ik de volgende doelen bereiken:

  • Ik kan opvolgen wie (veelvuldig) zijn werk te laat indient;
  • Ik kan in kaart brengen hoe vaak werk laattijdig wordt ingediend;
  • Ik krijg inzicht in de oorzaken van laattijdig indienen;
  • Ik geef leerlingen meer autonomie om hun werk in te plannen;
  • Ik kan ingaan op een vraag om extra hulp van de leerling.

Ik was benieuwd naar de reacties, omdat ik de voorbije jaren had gemerkt dat mijn softe aanpak (i.e. geen bestraffing via cijfers) wel eens op onbegrip stuitte bij leerlingen die meestal wél in orde waren.

Formulier: Te laat ingediend
Formulier: Te laat ingediend

‘Mevrouw, telt het formulier ook voor testen?’

Ondertussen gebruik ik het formulier al enige tijd en kan ik dus al enkele bevindingen met jullie delen:

  • Het kost enige moeite om leerlingen vertrouwd te maken met het systeem. Eenmaal ze begrepen wat ik verwachtte en waarom, liep het beter. Ik moet leerlingen wel regelmatig herinneren aan de afspraken.
  • Het aantal leerlingen dat laattijdig een taak indient valt al bij al mee. Ik ervoer de voorbije jaren ontzettend veel moeite om een duidelijk overzicht bij te houden van wie wat wanneer indient. Nu is het soms nog lastig, maar dankzij de overzichtslijst bij het formulier kan ik op een objectievere manier naar de situatie kijken. Ik had immers sterk het (subjectieve?) gevoel dat niet tijdig ingediende taken mijn werkdruk stevig verhoogden.
  • Leerlingen durven een extra hulpvraag te stellen via het formulier. Soms begrijpt een leerling niet wat er verwacht wordt, heeft hij extra ondersteuning nodig of spelen er socio-emotionele aspecten mee.
  • Leerlingen reageerden voorlopig enkel negatief wanneer zij de taak (en dus ook het formulier) volledig vergeten waren. De sanctie (nablijven) voelde dan extra wrang aan. Wanneer dit om een eenmalige vergetelheid gaat, is de sanctie misschien een trigger om de agenda beter te beheren. Wanneer het herhaaldelijk zou voorvallen, kan ik met de betrokken leerling bekijken waar het fout loopt.
  • Leerlingen houden zich (enigszins tot mijn verrassing!) goed aan de deadlines die ze zichzelf opleggen in het formulier. Dit sterkt mijn idee dat het geven van autonomie een goede manier is om leerlingen te leren plannen. We willen vaak dat leerlingen leren plannen, maar overrompelen hen dan met taken en testen die in onze eigen schema’s passen zodat er weinig flexibiliteit overblijft om hen een eigen planning op langere termijn te laten maken.
  • Het formulier gaf me de voorbije maanden meermaals de mogelijkheid om met leerlingen in gesprek te gaan over de oorzaken van laattijdig indienen. Zonder het formulier zou ik vooral ergenis gevoeld hebben omwille van het laattijdig indienen.
  • Ik kreeg al van verschillende leerlingen de vraag om dit systeem ook voor testen in te voeren. Zij willen dus zelf de mogelijkheid krijgen om een test uit te stellen wanneer ze (om welke reden dan ook) onvoldoende voorbereid zijn. Dit doe ik momenteel niet, maar ik wil er wel verder over nadenken. Een dergelijke vorm van autonomie vraagt vooral om een andere praktische en organisatorische aanpak van testen. Het is alleszins iets om over na te denken.

feedback

Meer info?

Leren met sociale media: Berichten opslaan op Facebook

Professionalisering via sociale media

Het gebruik van sociale media als tools voor professionalisering in het onderwijs is duidelijk in opmars. Leerkrachten verenigen zich in online professionele groepen en lerende netwerken. Hoe leerkrachten sociale media inzetten, werd onlangs op mediawijs.be omschreven door Jaël Muls (VUB).

Facebook en Twitter zijn momenteel de belangrijkste kanalen die ik gebruik om inspiratie op te doen en te leren van anderen. Twitter gebruik ik vrijwel uitsluitend voor professionele doeleinden, en zal ik dus onberoerd laten op momenten waarop ik geen ‘werkgerelateerde prikkels’ wil opdoen.

Bij Facebook ligt dat wat moeilijker, aangezien ik het oorspronkelijk vooral gebruikte in mijn privésfeer en er daardoor geen strikte scheidingslijn is tussen privé en werk (wie zo een perfecte lijn wel kan trekken, mag mij altijd laten weten hoe je dat doet…). Het nadeel is dan dat ik soms interessante posts zie verschijnen op momenten dat het niet past, of mijn hoofd er niet naar staat.

Berichten opslaan

Gelukkig is daar sinds enige tijd een handige oplossing voor. Je kunt interessante posts op Facebook immers eenvoudig bewaren zodat je ze op een later moment kunt bekijken:

Link facebook
Link opslaan op Facebook

Nadien kun je de opgeslagen berichten gemakkelijk opnieuw raadplegen door links in de tab op “Opgeslagen” te klikken. De bewaarde berichten staan bovendien overzichtelijk gesorteerd per soort:

Opgeslagen links facebook
Opgeslagen links raadplegen in Facebook

Een optie waarmee je op Facebook posts van groepen uit je tijdlijn kunt weren op zelfgekozen momenten, is misschien toch ook nog iets waar Zuckerberg werk van mag maken. Om werk en privé toch weer wat meer van elkaar te kunnen scheiden op momenten dat je er behoefte aan hebt.

Welke kanalen gebruik jij om inspiratie op te doen? 

cropped-logo-1.jpg

 

 

 

Delenswaardig: Praten over romanfragmenten

Soms voelen leerkrachten de nood om zelf aan de slag te gaan. Wanneer methodes niet (meer) voldoen, wanneer de actualiteit zich opdringt, wanneer een idee plots concreet vorm krijgt. Bottom-up.

Zo moet het ook gegaan zijn bij de werkgroep Praten over romanfragmenten, een prachtig initiatief rond literatuuronderwijs van Hans Goosen. Het project siert in eenvoud: een groep docenten ontwikkelde zelf lesmateriaal rond enkele recente Nederlandstalige romanfragmenten (allemaal geschreven na 2000). Zij gingen daarvoor zelf in gesprek met auteurs en uitgeverijen om toestemming te krijgen om de fragmenten op de website te gebruiken. En ze ontwikkelden bij elk fragment bijhorend lesmateriaal, zodat leerkrachten in de klas aan de slag kunnen met recente gerenommeerde literatuur van eigen bodem.

De lijst bevat bovendien niet alleen Nederlandse auteurs, maar ook Vlaamse, en is ook in dat opzicht wat mij betreft lovenswaardig: je vindt er niet alleen Tommy Wieringa en Herman Koch, maar ook Lize Spit, Stefan Brijs en Griet Op de Beeck.  Ik ga binnenkort alvast praten over romanfragmenten. Nu nog kiezen over welke…

Meer info?

http://pratenoverromanfragmenten.nl/  

Samenwerken met Trello

Tijdens het schooljaar 2014-2015 richtten vakcollega Tamara van het KA Merksem en ik een samenwerkinsgplatform op voor leerkrachten Engels en Nederlands. Wat initieel bedoeld was als een klein initiatief om onderling materialen uit te wisselen en samen verder uit te werken, groeide al snel uit tot een groot netwerk delende leerkrachten. Een kort relaas…

Een nieuwe, vermoeiende start

Ik kwam twee jaar geleden vol goede intenties terecht in het middelbaar onderwijs na een vrij abrupte overstap uit het hoger onderwijs. Abrupt staat hier echter niet gelijk aan ondoordacht, ik had immers lang nagedacht over deze beslissing. Omdat ik wist dat het moeilijk zou worden om als starter een vaste job te vinden, had ik me ingesteld op enkele korte interims. Het leek me een goede manier om verschillende scholen te leren kennen en zo ervaring op te doen. Op die manier kon ik ook de academische SLO rustig verder afwerken. De rest zou wel volgen.

Eind augustus 2014 kreeg ik plots de kans om een heel schooljaar lang via een liobaan 15 uur per week te les te geven in mijn huidige school, een kans die ik absoluut niet wou laten liggen, maar behoorlijk wat zwaarder was dan wat ik eerst voor ogen had. Gevolg: de eerste maanden waren loodzwaar en ronduit hectisch.

Dankzij de hulp van vele collega’s binnen en buiten de school kon ik deze abrupte overstap ook praktisch geregeld krijgen. Met Tamara van het KA Merksem klikte het al snel. Zij had werkelijk op al mijn vragen een antwoord, had over elk lesonderwerp materiaal liggen en was altijd bereid om het te delen, ook al kon ik haar in het begin niets in ruil bieden buiten een kritische blik op het gedeelde materiaal. Na de eerste drukke periode kwamen we regelmatig op het idee om samen materiaal uit te werken. Omdat we vonden dat een Facebookgroep niet ideaal was om documenten te delen en KlasCement te statisch was voor wat we wilden doen, gingen we op zoek naar een alternatief. Dat vonden we uiteindelijk in Trello.

Trello voor leerkrachten

samenwerken met Trello
Trello Nederlands

Zo werd ons samenwerkingsplatform geboren. Het voorbije schooljaar meldden meer dan 500 leerkrachten en leerkrachten in opleiding zich aan om mee materialen te delen en uit te werken. We schreven er een kort artikel over in Fons, het nieuwe tijdschrift voor leraren Nederlands. Er ontstonden al snel Trellogroepen voor andere vakdidactieken. Dankzij Trello kreeg ik toegang tot lesmaterialen en feedback van collega’s uit het hele land. Ik leerde dankzij Trello heel wat interessante vakcollega’s kennen.

Hopelijk helpen we met dit initiatief ook startende leerkrachten om de uitputtingsslag van de eerste maanden of jaren beter te doorstaan.

cropped-logo-1.jpg

Meer info over…

 

Delen om te leren

Onderaan mijn vorige post rond presentatievaardigheden en feedback deelde ik de lesmaterialen die ik voor deze lessen gebruikt had. Ik vind het delen van lesmateriaal bijzonder leerrijk, omdat het vaak leidt tot reacties en tips van collega’s.

Mag ik het ook gebruiken?

Zo was ik heel blij met de volgende reactie die ik van collega Katrien van het KCST in Sint-Truiden kreeg via Facebook:

Goed gedaan! Net voor het puntje inleiding, zou je nog kunnen toevoegen: beheers ik het onderwerp, zou ik mogelijke bijvragen kunnen beantwoorden. Verder zou ik misschien aan tempo/articulatie nog intonatie toevoegen. Bij taalgebruik afstemmen aan doelpubliek, zou je nog kunnen toevoegen: heb ik het niet te veel uit het hoofd gestudeerd?

Ze bezorgde me niet alleen inhoudelijke feedback, maar ook concrete en duidelijke tips om de checklist te vervolledigen. Tot slot stelde ze ook nog een vraag:

Zou ik het materiaal ook mogen gebruiken?

Natuurlijk mag dat! Het leek me zelfs een overbodige vraag. Ik vroeg Katrien meteen ook of ze het zag zitten om het materiaal na herwerking opnieuw te delen. Ik was immers erg geïnteresseerd in hoe ze de documenten zou gebruiken en wat ze juist zou veranderen. Daar zou ik weer wat van kunnen leren. Ze vond het prima.

Delen = tweerichtingsverkeer

Nog geen twee dagen later zat er een herwerking in mijn mailbox. En zo werd delen meteen ook krijgen. En leren. Op basis van de tips die ik ondertussen van Katrien en andere collega’s kreeg, zal ik het document nu zelf nog eens herwerken en opnieuw uittesten in de klas. De herwerking van Katrien voegde ik toe aan de originele blogpost.

Creative Commons

Lesmateriaal wordt meestal gedeeld onder een Creative Commons-licentie. Als je niet weet wat dat is, loont het de moeite om jezelf hier even in te verdiepen. 

Ook materialen op Klascement worden bijvoorbeeld gedeeld met een CC-licentieIk gebruik zelf meestal de licentie CC BY-NC-SA. Dat is een licentie waarmee je anderen toestemming verleent om je werk te gebruiken en herwerken, op voorwaarde dat je de naam van de maker vermeldt (BY) en het werk niet gebruikt voor commerciële doeleinden (NC). Als je het materiaal hebt herwerkt en opnieuw deelt met anderen, wordt er van je verwacht dat je het materiaal deelt onder dezelfde licentie als het origineel (SA). 

creative commons
Bron: http://creativecommons.nl/uitleg/

Net als vele leerkrachten bekijk ik zelf ook regelmatig materialen die door andere leerkrachten gedeeld worden. Meestal ben ik geïnteresseerd in de inhoud, maar soms ook gewoon in de lay-out, of in de werkvorm die gebruikt wordt. Zelden zal ik dan ook iets wat ik van iemand gekregen heb zonder enige bewerking gebruiken in de klas. Ik kies er meestal voor om de materialen te herwerken, of verder uit te breiden. Dat heeft vooral te maken met het feit dat de context een erg grote rol speelt: wat de ene leerkracht opmaakt voor klas X, werkt zelden exact hetzelfde bij een andere leerkracht in klas Y.  Het is meteen ook de belangrijkste reden waarom ik sceptisch sta tegenover werken met een methode (wat ik overigens wel doe, maar dit is voer voor een nieuwe blogpost).

Ik slaag er zelf niet altijd in om de materialen die ik van andere collega’s heb gekregen ook weer opnieuw te delen nadat ik ze herwerkt heb. Toch probeer ik het wel te doen, omdat ik zelf ervaar dat het een win-winsituatie oplevert: de originele auteur krijgt erkenning en feedback, de hele ‘onderwijscommunity’ wint erbij en in het beste geval natuurlijk … de leerlingen ook!

Dubbele oproep

Daarom voeg ik hier tot slot ook nog een oproep toe: wanneer je materiaal herwerkt dat door andere leerkrachten gedeeld werd, neem dan de moeite om het aangepaste materiaal opnieuw te delen. Het is een kleine moeite en je maakt er ongetwijfeld anderen mee blij.

Een tweede oproep is gericht aan KlasCement, de absolute pionier van de deelcultuur in het Vlaamse onderwijs. Op dit moment is delen via KlasCement helaas in de praktijk beperkt tot eenrichtingsverkeer. Hierdoor is de meerwaarde voor de delende leerkracht eerder klein. Het is weliswaar mogelijk om reacties te plaatsen bij lesmaterialen, maar die reacties blijven vaak beperkt tot een kort dankwoord (Bedankt! Dit ga ik zeker gebruiken!) of een schreeuw van enthousiasme en opluchting (Fantastisch! Dit heeft me uren werk bespaard!). Delen wordt zo bijna herleid tot een daad van altruïsme. Wanneer de feedback er meer op gericht zou zijn om de materialen zelf te verbeteren en gebruikers uitgenodigd worden om een herwerking bij het origineel toe te voegen, groeit het materiaal als het ware vanuit een netwerk van delende leerkrachten. De leerkracht die deelt zal hierdoor ook sneller de meerwaarde van het delen zelf ervaren.

Zo wordt een delend netwerk meteen ook een lerend netwerk.

Karen

Meer weten over…. ?

Creative Commons
KlasCement
Creative Commons op KlasCement